Ben jij gek genoeg?

Het uitgangspunt van Geïnspireerd Leven is dat de boodschap van Jezus de grenzen van een specifieke religie overstijgt. Het is in werkelijkheid een uiterst persoonlijke, concrete, krachtige en inspirerende uitnodiging aan ieder mens om te leven vanuit liefde.

Niet ‘ooit’ of ‘toen’, maar NU. Niet ‘soms’ of alleen bij bepaalde mensen of bij bepaalde gelegenheden, maar ALTIJD en bij IEDEREEN. Ja: dit is een hele uitdaging en je zult af en toe voor gek versleten worden. In mijn ervaring niet alleen door anderen, maar ook door je eigen gedachten. Liefde stijgt vaak uit boven ons eigen begrip van liefde. Liefde sluit geen enkele emotie uit, is niet soft, is zoveel meer dan romantische liefde etc. Maar liefde is de moeite waard. Jij bent zelf die moeite waard. Jij bént liefde!

Wanneer andere mensen je (nog) níet als gek bestempelen, kom dan een keer naar een meditatie of een kloosterweekend van Geïnspireerd Leven. Wie weet is het nog niet te laat voor je 😉

Het traditioneel Christendom als een te krappe schoen

Samenvatting in één zin: Het verhaal van Jezus overstijgt de grenzen van een specifieke religie en is in feite een uiterst persoonlijke, concrete, krachtige en inspirerende uitnodiging aan ieder mens om te gaan leven vanuit liefde. 

Nietzsche: God is dood
In zijn boek ‘De Vrolijke Wetenschap’ vertelt de filosoof Nietzsche het verhaal van de dolle mens die op klaarlichte dag met een aangestoken lamp op een vol marktplein naar God zoekt. Hij roept voortdurend: ‘Ik zoek God! Ik zoek God!’ De mensen die hem zien, verklaren hem voor gek en lachen hem uit: ‘Is hij soms verloren gegaan?’ vroeg de een. ‘Is hij verdwaald als een kind?’ vroeg de ander. ‘Of heeft hij zich verstopt? Is hij bang voor ons? Is hij scheep gegaan? Naar het buitenland vertrokken?’ – Zo riepen en lachten zij door elkaar. De dolle mens sprong midden tussen hen in en doorboorde hen met zijn blikken. ‘Waar God heen is?’ riep hij uit. ‘Dat zal ik jullie zeggen! Wij hebben hem gedood – jullie en ik! Wij allen zijn zijn moordenaars!
De dolle mens vervolgt: ‘Maar hoe hebben wij dit gedaan? Hoe hebben wij de zee kunnen leegdrinken? Wie gaf ons de spons om de horizon uit te vegen? Wat hebben wij gedaan, toen wij deze aarde van haar zon loskoppelden? In welke richting beweegt zij zich nu? In welke richting bewegen wij ons? Weg van alle horizonnen?

Nietzsche stelt in 1882 de vraag: Wat als God inderdaad dood is? Wat als God geen rol van betekenis meer speelt in het dagelijks leven van de mens: wat moet er dan van ons mensen worden? Wat als het ankerpunt God weg is? Wat wanneer het Christelijk geloof verdwijnt? Wat als de kerken veranderen in monumenten of zelfs grafstenen, die alleen nog maar bezocht worden door mensen die weigeren om afscheid te nemen van hun overleden geliefde? ‘Ruiken wij nog niets van de goddelijke ontbinding? – ook goden raken in ontbinding! God is dood! God blijft dood! En wij hebben hem gedood! Hoe zullen wij ons troosten, wij moordenaars? (…) Is niet de grootte van deze daad te groot voor ons? Moeten wij niet zelf goden worden om haar waardig te schijnen?’ (Nietzsche).

We kunnen vandaag de dag niet meer om onze postmoderne identiteit heen. We bepalen zelf ons eigen waarheid. We worden niet langer geforceerd om in God of andermans waarheden te geloven. Mensen kunnen hun leven helemaal zelf vormgeven. We zijn zelf de scheppers (goden) van ons eigen leven. Dit was in de tijd van de Middeleeuwen totaal ondenkbaar: wat iemand er persoonlijk van dacht was toen totaal niet relevant. Maar vanaf ongeveer 1800 vindt er een verandering plaats van God naar agnosticisme, van koningschap naar democratie en van familiair naar individu.

Ongemakkelijke gevoelens bij het Christendom
Mensen hoeven dus niet meer in God te geloven, maar de postmoderne mens kan er natuurlijk wel voor kiezen. Dan kan de vraag: ‘Waarom geloof jij in God?’ als vreemd overkomen: ‘Omdat ik er zelf voor kies natuurlijk!’

Eerlijk gezegd voelt het Christendom mij vaker dan me lief is, als een schoen die ik eigenlijk al ontgroeid ben. Maar omdat andere schoenen me ook niet pasten en ik de kleur van de christelijk schoen nog steeds mooi vond, bleef ik lange tijd maar rondlopen met te krappe schoenen. Ik bezocht kerkdiensten, ik bad, ik bleef de Bijbel lezen, etc.

Eigenlijk kwam ik er altijd wel mee weg, tot de momenten waarop ik geconfronteerd werd met vragen als: ‘Geloof jij in God?’ en ‘Wat geloof jij dan?’ Of nog erger: ‘Ben jij christen?’

Ik voelde bij dit soort vragen altijd een soort ongemakkelijkheid. Een zelfde soort ongemakkelijkheid wanneer ik mensen hoor praten die een zeker geloof in God, in Jezus Christus hebben. En al helemaal wanneer ik deze mensen vanuit deze zekerheid hoor vertellen hoe het leven in elkaar zit. Of anderen veroordelen vanuit dé christelijke ‘waarheid’. Of belijden hoe zondig de mens en de wereld wel niet zijn, hoe prachtig het is dat Jezus voor ons aan het kruis gestorven is, hoe jammer het niet is dat er nog steeds mensen zijn die niet in Jezus geloven, hoe mensen met een andere religie niet in de hemel komen, etc. Op dit soort momenten merk ik weer dat ik de hele tijd met schoenen loop die me niet passen.

Ik heb ook regelmatig op het punt gestaan om het Christendom totaal vaarwel te zeggen. Ik koos bijvoorbeeld voor religiewetenschappen en niet voor theologie. Ik koos voor algemene geestelijke verzorging en niet voor het traject om als protestants geestelijk verzorger aan de slag te gaan. Wellicht komt het door mijn ouders en mijn opvoeding: mijn moeder is katholiek en mijn vader protestants (‘Twee geloven op één kussen, daar slaapt de duivel tussen’). We gingen als gezin de ene week naar de katholieke kerk en de andere week naar de protestantse kerk. Hier kan ik nog uren over doorpraten, maar om een lang verhaal kort te maken: ik heb het Christendom toch nooit losgelaten.

Iets in me, vertelt me namelijk al vanaf mijn jeugd, dat er op een bepaalde manier echt ‘waarheid’ schuilt in dat verhaal van tweeduizend jaar terug. Dit innerlijk weten is blijkbaar zo sterk dat ik van jongs af aan op zoek ben gegaan naar deze waarheid. Het goede nieuws is dat ik inmiddels iets van deze waarheid heb ontdekt. Het slechte nieuws is dat het uiterst persoonlijk is: het is niet in woorden overdraagbaar. In ieder geval niet in directe zin. Het is ook niet te begrijpen. Tenminste: niet in indirecte zin. Het is alleen direct ervaarbaar. En daar komt meditatie om de hoek kijken.

Christelijke meditatie
Het mediteren vindt plaats in een ruimte waar het bij voorkeur rustig is. Je brengt je lichaam ook tot rust. Ontspanning is hierbij een sleutelwoord. Het doel is om je aandacht steeds meer en verder naar binnen toe te keren. Je laat al je gedachten, gevoelens, indrukken van de dag, verwachtingen voor de meditatie los. Zo schep je ruimte voor nieuwe inspiratie. Dit proces van loslaten en ontvangen is in feite ook een soort sterven en opnieuw tot leven komen. Een sterven aan je normale doen en laten, waardoor er nieuw inzicht kan ontstaan. De dolle mens van Nietzsche riep: God is dood! We hebben hem vermoord! Maar als er verdorie toch iets Christelijks is, dan is het de dood én de opstanding!?!

In de bijbel (Johannes 12:24) staat het volgende citaat van Jezus: “Als een graankorrel niet in de aarde terecht komt en vervolgens sterft, blijft het één graankorrel. Maar wanneer de graankorrel sterft draagt hij veel vrucht.”

Volgens mij doelt Jezus niet alleen op de eenmalige gebeurtenis van zijn eigen dood en opstanding ongeveer tweeduizend jaar geleden. Maar op iets dat er binnen ieder mens dient te gebeuren. Binnen jou en mij. Veel mensen wachten op de wederkomst van Jezus. Ik zie het omgekeerd: Jezus wacht op mensen, zodat hij in, via en áls hen opnieuw geboren wordt. We kauwen op de verhalen van Jezus, maar slikken het niet door. Wanneer we het zouden doorslikken, komt het in ons binnenste terecht waar het sterft. Hierdoor kan het opgenomen door ons lichaam en ons lichaam worden. Hetzelfde geldt voor de opname door onze geest. De verhalen over Jezus zijn nooit bedoeld om heel te blijven. Het gaat niet om een rigide, theoretisch, conceptueel geloof in Jezus. Zoals het ook niet gaat om een rigide, exclusieve en almachtige Christelijke religie of kerk. Paradoxaal genoeg zorgt juist het Christelijk ‘geloof’ (en daarmee ook de Christelijke kerk) er vaak voor, dat Jezus niet in, via en áls ons geboren kán worden.

Een manier om te kauwen op de verhalen van Jezus en ze daarna ook daadwerkelijk door te slikken en te verteren, is via meditatie. Het doel van de christelijke variant van meditatie is niets meer of minder dan een levende ervaring die ver uitgaat boven alle conceptuele formuleringen. Desondanks is deze ervaring alles behalve zweverig, omdát het van binnenuit komt. Via je eigen innerlijk. Uiterst persoonlijk. In je directe ervaring. Je voelt van binnenuit de waarheid van datgene wat je gewaarwordt. Een diep, innerlijk weten. Je voelt je gekend, gewaardeerd en gesteund in alle facetten van je leven: je verlangens, passies, talenten, relaties, tekortkomingen, moeilijkheden, verdriet, etc.

“Wij hebben Gods liefde, die in ons is, leren kennen en vertrouwen daarop. God is liefde. Wie in de liefde blijft, blijft in God, en God blijft in hem.” (1 Johannes 4:16)

Het voedsel dat Jezus ons te verteren geeft, komt neer op het besef dat God liefde is. Je kunt dit lezen, zoals in de bovenstaande woorden, maar het gaat er uiteindelijk om dat je de woorden je werkelijk eigen maakt. Dat je de woorden letterlijk en figuurlijk helemaal in je opneemt. Zodat je gedachten, gevoelens en handelingen van binnenuit steeds verder transformeren in de richting van liefde. Wellicht kun je dan op een dag zeggen: “Ik en de liefde zijn één!”

Hartegroet, Joachim
www.geinspireerdleven.nl