Kattenverhaal

Toen ik begin twintig was, las ik een boek die vertelde dat het essentieel is om hulp van boven te vragen in situaties waarbij ik me afgescheiden voel van de liefde die ik ben en waarbij het lastig is om de ander te zien als de liefde die hij of zij is.

Met ‘boven’ werd de Heilige Geest bedoeld: het was een spiritueel boek met een christelijk taalgebruik. Vrij snel nadat ik dit las, kreeg ik de mogelijkheid om uit eigen ervaring te ondervinden of dit ook echt zo werkt.

De relatie met mijn toenmalige vriendin met wie ik samenwoonde was net uit. Op haar wens hadden we twee kittens uit het asiel in huis genomen: Java en Denga. Het was niet zo zeer mijn wens geweest, maar toen mijn vriendin vertrok waren de twee katten heel aangenaam gezelschap.

Op een gegeven moment ging de deurbel, ik doe open en zie mijn buurman met een wat strak gezicht voor de deur staan. “Ja, hoi, ik wilde even zeggen dat ik twee paddenstoelen in mijn tuin heb staan omdat ik helemaal gek wordt van jouw katten.”

Ik had werkelijk geen idee wat hij bedoelde met paddenstoelen. De buurman vertelde dat het elektrische apparaten waren die mijn katten een enorme schok bezorgden, wanneer ze in de buurt kwamen. Hij vond dit nog een coulante oplossing aangezien hij van zijn werk ook gif had kunnen meenemen en vrienden van hem hadden aangeboden een keer langs te komen met een geweer…

Ik werd werkelijk woedend van binnen, maar herinnerde me het stuk van het boek om hulp van boven te vragen. Ik was uitermate cynisch dat dat in deze situatie zou werken. Ik wilde eigenlijk het ongelijk van dat boek bewijzen in deze situatie. Dus in mijn verbeelding keek ik omhoog en had zoiets van: “Ok, zegt U het maar”. 

Tot mijn verbazing kwam er een ingeving om niet meteen te reageren, maar om verder te vragen. Oke… Ik vroeg mijn buurman: “Maar waarom heb je die apparaten dan?”. Op het moment dat ik deze vraag stelde, zag ik een verandering op het gezicht van de buurman. Natuurlijk had hij zich ook al ingesteld op een boze reactie van mij en deze vraag kwam totaal niet overeen met zijn verwachting. Met een heel andere toon vertelde hij dat mijn katten blijkbaar s’nachts in zijn tuin komen en dan tegen zijn coniferen plassen, waardoor ze doodgaan.

Opnieuw een ingeving: “Wat nu, als ik om 21.00 mijn katten binnen haal en dat jij om 22.00 die paddenstoelen aanzet?” De buurman wist bijna geen woord mee uit te brengen, nu ook na het informeren, ging meedenken aan een oplossing. En het werd nog gekker: ik vroeg hem: “Wat nu als één van je kinderen per ongeluk tegen de paddenstoelen komt?” Ik sprak dus nu mijn bezorgdheid om hem uit. “Dat gebeurt mij niet”, antwoordde mijn buurman. “Nou… vroeger keek ik altijd een televisie programma over ongelukken in huis (Resque 911) en die zat altijd vol ouders die dachten dat zoiets hen nooit zou overkomen”. “Oke, oke,” wist de buurman nog net uit te brengen. We namen afscheid en ik had echt zo iets van: wat is hier nu gebeurd?

Maar het verhaal is nog niet helemaal klaar, want wie zie ik enkele dagen later buiten mijn katten aaien? Juist die buurman. Dat raakte me zo enorm, dat ik eerst even wat traantjes moest wegpikken voordat ik naar hem toe ging. Het wordt nog gekker, want hij kwam me al tegemoet lopen: “Hey buurman, ik zag net een andere buurman naar je katten trappen en heb hem even duidelijk gemaakt dat hij dat niet moest doen!”  

Ok… ok… I got the message! 😉

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *